donderdag 17 juni 2010

Weer thuis!

We zijn weer thuis! De dagelijkse gang van zaken neemt weer bezit van ons. Ria al weer aan het werk; de tuin moet gedaan; boodschappen; en ga zo maar door.
Lisanne loopt onwezenlijk door het huis. Zij moet haar plaatsje na 10 maanden Santa Barbara nog weer terugvinden. Haar kamer, die zij als meisje verliet, moet nu door een vrouw bewoond worden. Het past nog niet helemaal.
Tessa is gestrest: letterlijk en figuurlijk examenuitslag! Vera moet zich voorbereiden op de proefwerkweek, maar is nu nog wat ziek, zwak en misselijk van de jetlag.

Lisanne werd op Schiphol blij verrast door haar vriendinnen Lilian en Ilse. Voorzien van een groot spandoek werd zij welkom geheten door die meiden.
Wij hadden de tijd daarvoor gedood met een koffiebreak bij, waar anders dan Starbucks. Gelegen tegenover aankomsthal 4 was dat de perfecte locatie om Lisanne op te wachten.
Nadat Lisanne eindelijk gearriveerd was, hebben we samen met de vriendinnen nog wat gedronken. Daarna werd de taxidienst van Travel Parking gebeld. We hadden onze Picasso bij hen geparkeerd de afgelopen tijd en nu wilden we ook wel graag naar huis.
De rit naar huis verliep in een ongewoon laag tempo. Normaal wil de rit Amsterdam naar Laar toch wel een stuk sneller, maar na 14 dagen El Monster - de bus - stuurde de Citroën nogal direct en heel licht.
Uiteindelijk dan toch thuis. De boel rap uitgepakt en de wasmachine draait al op volle toeren.
De rest van de dag verloopt eigenlijk in een mistige wazige toestand. Een ieder van ons is vroeg of  laat door slaap overmand zijn bed ingekropen. Het zwakke geslacht als eerste; de vier anderen volgden elkaar in rap tempo in het begin van de avond.

Het is een feit: we zijn weer thuis!

woensdag 16 juni 2010

The journey home:

Na een korte nachtrust in een overigens heerlijk bed moeten we vroeg opstaan. Onze vlucht vanaf Denver International Airport staat gepland voor 10.15 uur plaatselijke tijd. Met een tussenlanding op het vliegveld van Newark verwachten we woensdagochtend 07.00 uur te landen op Schiphol.
Om even over zeven zitten we al aan ons ontbijt. Het buffet is niet zo heel erg uitgebreid, toch er is voldoende naar de smaak van ons allen. Echt honger hebben we geen van allen, maar we weten niet wanneer we vandaag nog iets te eten krijgen Natuurlijk wel op het tweede deel van de vlucht, laat in de middag of nacht.
Ria is wat gestrest over het gewicht van de twee grote koffers. En dan wordt er ook nog eens gezegd om er meer in te doen. Zodat we minder onhandige handbagage mee hoeven te zeulen. Het maakt dat de sfeer er niet beter op wordt. De meisjes houden zich er buiten. Dit gekibbel zijn zij uiteindelijk iedere vakantie wel gewend.
We staan op tijd buiten voor het transport per hotel shuttle. De bus laat nog een tijdje op zich wachten, maar redelijk op schema rijden we richting vliegveld. We worden perfect afgezet: voor de deur van Continental.
Het inchecken gaat redelijk snel. De twee grote koffers zijn inderdaad te zwaar. De ene 5 pounds, die moet lichter gemaakt worden. En de ander 1,5 pounds, daat hoeft niets aan verandert te worden. Na wat aanpassingen aan de koffer, zijn we zover. De koffers worden afgegeven; we hoeven geen straf te betalen. Er wordt wel vergeten om ons tags van de koffers te geven. Dat gaat ons later nog opspelen.
De vlucht heeft een vertraging van circa 10 minuten. Op zich niet zo erg, want hierdoor komen we in gesprek met een vrouw uit Denver. Zij vraagt ons het hemd van het lijf over onze herkomst, onze reis en van alles en nog wat. Dat verdrijft de tijd, en het was nog gezellig ook. Thuis hadden we zo iets gehad van: waar bemoeid zij zich mee. Sire reclame: aardige mensen, wat moet je er mee?
Staande op de taxibaan werden we door flightcontrol nog eens op hold gezet. Als reden werd opgegeven dat het boven New York – Newark behoorlijk druk was. Nu hadden we wel een zenuwtrkeje voor de vervolgvlucht. Daar was geen reden voor, want we landden bijna op de opgegeven tijd in Newark. We hadden dus nogal wat tijd goedgemaakt.
Op het vliegveld van Newark kwamen we wel in de problemen. We schijnen er talent voor te hebben. Tijdens de tussenlanding van de heenvlucht moesten de koffers voor een tweede keer ingecheckt worden. Dus was er twijfel of dat nu ook moest. Hier komen de niet ontvangen tags in beeld. Een deskb**** van Continental bekte dat zij zonder tags niets kon beginnen en dat we dat maar eerst moesten regelen. Hoe dan?  Dus, toch maar naar de bagageafgifte. Dat betekende: uit het beveiligde gedeelte. Bij de bagageclaim was er een aardige dame die heel snel in het systeem, via onze boardingcard, kon zien dat de bagage gewoon doorging. Nog geen minuut werk, maar de deskdame van Continental verdomde dat dus gewoon.
Het gevolg was dat wij opnieuw door de securitycheck moesten. Toen werd het al redelijk krap met de boardingtijd. Bij het eerste checkpoint werden we ook nog eens doorgestuurd naar een andercheckpoint, omdat er blijkbaar mensen voor ons niet snel genoeg reageerden. De checkpoint werd gewoon gesloten door de stewards.
Bij het tweede checkpoint, een verdieping hoger, 500 meter verderop, werd het echt wel krapjes. Toen werd ook nog eens de laptop uit de rugzak gehaald, dus het duurde en duurde en duurde.
Al met al een heel andere veiligheidscheck dan Denver. Daar werden we door een aardige securitymedewwerker gecomplimenteerd met Nederland en dat Oranje goed begonnen was. En hij was hier in 2006 geweest en zijn gezicht was helemaal beschilder. Kortom: zo kan het dus ook Newark!
Al met al kwam het allemaal goed. We moesten bij het instappen zelfs nog een tijdje een oververhitte slurf staan wachten. Zorgde nog wel even voor een opkookmomentje.
Eenmaal in de lucht was dat al snel weer vergeten. Er kon zelfs nog een (wazige) foto van het Vrijheidsbeeld gemaakt worden.
Iedere seat heeft zijn eigen multimediaconsole: film, tv, radio, jukebox. Best goed geregeld. De verzorging van Continental aan boord is sowieso goed geregeld. De crew is aardig,  De piloot van de eerste vlucht bezorgde een onwijs zachte landing. Nog niet eerder een dergelijke zachte landing meegemaakt.
De zon is al weer op. We hadden een zonsopkomst met de meest mooie kleuren. Of dat nog beïnvloed wordt door de vulkaan op IJsland, is de vraag. Het was in iedergeval heel mooi om te zien.
Het is nu nog ongeveer een uur tot Schiphol. Dan is het wachten op Lisanne. Nog een trip van 2 tot 3 uur naar Laar. And that’s that then!

Iedereen heel erg bedankt voor het meeleven, de aardige woorden en alle andere reacties. We zijn blij dat er velen zo betrokken waren bij onze roadtrip in a bliz!

maandag 14 juni 2010

Een afscheid voor even

Het is maandag 14 juni 2010. Door de intensiteit van de reis per camper en de verschuiving met de tijd in Europa, zijn we met ons allen behoorlijk uit het ritme. Niemand weet nog hoe het precies zit met datum, tijd en dergelijke.
Gisteren werd via de blog gemeld dat we opnieuw een timewarp hadden doorstaan; vandaag kwamen we erachter dat dit niet klopte. Gelukkig maar, want het heeft ons uiteindelijk een uur opgeleverd, met andere woorden: we waren (net) op tijd om de kamper af te leveren op het RV park. Op de een of andere manier werden telefoons en I-pods op een verkeerde voet gezet en dachten wij dat er een verschuiving van een uur in ons nadeel had plaatsgevonden.
Nu waren we met ons allen lekker op tijd wakker. Er was geen tijd voor ontbijt. Onze drill-instructor en time-manager, met ander woorden the boss of the family, vond we zo snel mogelijk onze business moesten afhandelen. En Ria had natuurlijk weer eens gelijk. Naderhand zou blijken dat het allemaal precies zou kloppen.
Na het schoonmaken van de bus en het dumpen van  grijs en zwart afvalwater werd het laatste deel van de reis ingezet. Via het Red Lion Hotel in Denver, onze overnachtingsplaats. 
We bereikten het hotel vrij snel en konden onze bagage daar achterlaten. Per telefoon werd verteld dat de kamers pas om 15 uur gereed zouden zijn. Bij aankomst om 09.30 uur waren die zelfde kamers al gereed. Snel onze koffers and stuff gedumpt, want we moesten voor 11 uur in Louviers zijn, het RV-afleverpunt.
In het hotel hadden we een prima bell-boy die allerlei dingen voor ons wilde regelen. Zo ook een taxi vanaf het RV-park naar downtown Denver en weer naar het hotel. Hij regelde er meteen een prima prijs bij. Alleen werd der tijd naar het afleverpunt iets te krap berekend. Tel daar een onnodig moeilijke tankbeurt bij en het gevolg was dat onze taxichauffeur een uur op ons heeft moeten staan wachten. Wat meneer uiteraard niet leuk vond. Dat zorgde achteraf nog wel weer voor wat taferelen.
De checkout van El Monster zorgde bij ons nog wel voor lichte hilariteit. Wij hadden hoegenaamd nergens problemen mee gehad (officieel ) Enkele alarmen deden nog al eens moeilijk op rare tijden, maar de proces operator onder ons had dat al in het begin kortgesloten. De mensen van El Monte vonden ons gebrek aan problemen wel wat bijzonder, want zij kregen altijd klachten over de gasdetectiemeters. Wij keken roomser als de paus op dat moment: Nix verstehen, non comprend pas, no comprende, hé?
Na het afleveren naar 16th street Mall in down town Denver. Gezellig, schoon, vriendelijk, met andere woorden: Top! Een paar uurtjes rondgehangen, nog lekker gegeten en wat zaken voor Lisanne afgehandeld en back to the hotel.
Dat werd nog wel weer interessant. Herinner onze chauffeur van deze ochtend. Omdat hij zo lang had moeten wachten, had hij hierdoor klanten verloren. Moelilijk moeilijk, maar hij kon ons daardoor niet meer ophalen uit de stad. Terwijl wij een roundtrip voor een vaste prijs hadden geregeld. Tja, shoot, maar okay. Toch maar betaald, we zien wel. Redelijk snel na ons 'afzetten' werden wij al gebeld. Miss understanding! Sorry, sorry, I am the boss I will take care of you. Nou prima toch. Alleen dat kreeg natuurlijk nog een staartje!
Na ons belletje werden we vrij snel opgepikt door de 'baas' en zijn kornuit. Zij zouden ons heel snel naar ons hotel brengen en sorry en "we only charge one car"! Hé? Maar goed, eerst maar naar het hotel terug. Veel gezellig blabla en fout en domme chauffeur van die ochtend, maar alles komt goed: 'We only charge one car."
Bij het hotel was gelukkig onze contactpersoon Read al aan het wachten en alle misverstanden waren plotseling opgelost: No Carge extra. Thank you my friend etcetera etcetera!
Nu was het wachten op het moment om Lisanne naar het vliegveld te brengen. Voor de duidelijkheid: we zij naar de US gereisd om Lisanne op te halen, maar we reizen niet samen terug. Om een lang verhaal nog veel langer te maken: er was een f***up bij het boeken. Lisanne meende dat ze gemakkelijk haar vlucht kon omboeken (dus niet) en dus konden wij wel onze reis plannen. Aangezien de man des huizes altijd tegen de stroom in wil gaan en geen roundtrip maar een roadtrip wilde, zaten we nu met een extra binnenlandse vlucht voor ms Liz Smit.
Nou ja, t meiske naar het vliegveld gebracht en daar nog gezellig samen wat gedronken. Totdat Lisanne snel afscheid van ons nam en bij ons wegliep. Geen theater, gewoon een volgende reis. See you in Amsterdam!
Wij besloten om nog wat te drinken en te eten voordat we onze shuttle weer gingen opzoeken. Het wachten op de shuttle duurde nogal. Nu hebben ze in Denver International 2 afhaalstroken: blauw en rood. En wij stonden bij blauw te wachten, waar wij, uiteraard, bij rood hadden moeten staan.
Maar eind goed, al goed. Lisanne heeft gesmst dat ze veilig en wel in Los Angeles is, en wij zijn veilig opgeborgen in het Red Lion Central Hotel te Denver.
Morgen komen we naar huis!

PS:sorry voor no pictures. Picasa wil op dit moment niet zoals wij willen. Dus geen aanvullende foto's.

zondag 13 juni 2010

another 45 miles to go

Het laatste deel van de roadtrip gaat van Ouray, via de Black Canyon of the Gunnison naar Denver. Het eerste gedeelte ligt op iets meer dan een steenworp van onze Campground. Een een camping die goed verzorgd en verscholen ligt tussen Oostenrijks aandoende bergen. We blijven Europeanen hé!
De Black Canyon is (alweer) een verrassing. Geheel anders dan alle gaten in de grond die we tot nog toe gezien hebben. Hoewel we ons eigenlijk maar weinig tijd gunden om rond te kijken, verliep dat toch weer anders. We wilden toch ook van die natuurlijke schoonheid genieten.
Trouwens, de route naar de canyon volgde een groot deel van de Hwy 550, die van gisteren, alleen hadden we nu nog maar te maken met een dalend stuk wegdek. In werkelijk no time waren we bij de Black Canyon.
Na een aantal uren rondzwerven moest het toch maar van komen: de laatste lange rit. Op naar Denver, waar we morgen de bus weer in moeten leveren. Leeggepompt, van binnen gepoetst en wel, voor 11 uur Denvertijd.
Het was een lange rit van meer dan 500 km die nog afgelegd moest worden. Toch iets niet helemaal goed gepland. Maar ach: El Monster zou ons ook over die laatste hindernis heen helpen. Samen met TT-Truus zou dat toch helemaal goed moeten komen. Als dan ook nog het weer iets beter mee zou werken dan gisteren, dan zou het helemaal een perfecte afsluitende rit worden.
Perfect, hadden we dat woord al niet eerder gebruikt? Was er toen ook iets niet helemaal goed gegaan. Tja, nu dus ook niet. TT-Truus was in een goede bui en leverde ons de snelste weg. El Monster deed verschrikkelijk zijn best, maar werd op het laatste deel van de etappe nog behoorlijk geplaagd. Het weer was opnieuw een grote spelbreker.
We hadden de hele dag al last van wat regen, echter niets om ons zorgen over te maken. Ach een beetje regen, wat geeft het! Het wordt een ander verhaal als de reis over bergpassen van meer dan 11.000 ft. gaat en er daar neerslag valt. Gelukkig niet veel, maar we hebben vandaag weer in de sneeuw gereden.
De hoogte van de bergpassen staat dan weer niet in de navigator, dus TT-Truus kon ons daar niet voor waarschuwen. En ondanks die hoogteverschillen was het nog altijd de snelste route. Dat de wegen in Amerika niet vlak zijn, hebben we tot uit den treuren ondergaan de afgelopen tijd. De weg wordt gewoon over en rond de bergen en dalen gekwakt en zorg maar dat je er overheen komt. 
Dat hobbelen en stuiteren over en rond bergen viel in het begin nog wel mee. Maar uiteindelijk moesten we van een kant van de bergrug naar de andere kant zien te komen. En ja dan komt er wel wat actie. 
We volgden vanaf het moment dat we de grote I-70 van Utah naar Denver opreden de loop van de Colorado rivier. We reden langs de oevers van de rivier en hadden goed zicht op de woestheid van het water. De rivier slingerde langs de Interstate en er ook geregeld onderdoor.Met als gevolg dat het ook een slingeren, dalen en stijgen was. De bus had hier eigenlijk helemaal geen problemen mee. 
De Colorado rivier verliet ons uiteindelijk ergens midden in de bergen en in de plaats daarvan kwam de Eagle rivier. Na verloop van tijd verdween ook deze rivier. We kwamen nu meer en meer in het wintersportgebied van Colorado: de afslag naar Aspen, Edwards en Vail. Her en der lagen de skipistes: sommigen nog met wat sneeuw bedekt.
En vanaf dat ogenblik ging het weer de hoogte in. Met als 'hoogtepunten' een bergpas op ongeveer 10.500 ft en de hoogste op 11.150 ft. Nu had El Monster het echt te kwaad. Met veel pijn en moeite kon er nog een redelijke versnelling gevonden worden. Maar met het minste of geringste hobbeltje in de weg gierde de bak het uit.
Vlak voor Denver zetten we de laatste afdaling in. In plaats van een eenvoudige finale werd het echter nog eens moeilijker gemaakt door een hele heftige regen en onweersbui. Hoewel de zon nog niet onder was, was hetwel al donker. Duister door de dikke donder- en regenwolken.
Ook hieraan kwam gelukkig een eind en met wat kunst en vliegwerk vonden we ook nog eens een Campground. Alwaar we tot de ontdekking kwamen dat we opnieuw door een tijdsgrens zijn gereisd. Wéér een uur minder.
Na het eten van wentelteefjes en nog wat drinken komt bij deze of gene toch al wat spanning op. Koffers wel of niet inpakken, schoonmaken of nog niet. Een ander moet haar reis voor morgen nog even perfect maken. Maar goed: het is nu rustig in de bus. De meiden slapen. Het is de hoogste tijd.

Het kan nog gekker!

Wat een waanzinnige trip is dit aan het worden. Na een bijzonder koude nacht in Navaho land stond opnieuw een bizarre dag te wachten. Daar waren we ons op dat moment nog niet van bewust: de dagplanning was redelijk in balans. Dachten we.
Monument Valley was dichtbij, amper een uurtje rijden. En toen die Mastodonten zo lukraak in ons beeld verschenen, zagen we in gedachten John Wayne op zijn paard rijden over die uitgestrekte grasvlakten. Zijn revolvers leegschietend op een stel bandieten.
Wanneer we via de lange rechte wegen ergens een helling omlaag rijden, zijn de giganten even snel weer uit het beeld verdwenen. Maar Monument Valley is meer dan een stel op zichzelf staande bergen. Vergezichten, uitgestrekte vlakten, prachtige rotsformaties, diepe ravijnen. En het volgt elkaar in razend tempo op.
Midden in de Valley wordt besloten om een paar van die heerlijke Navaho-broden te kopen. Deze hadden we bij onze brunch in de tradingpost ook al eens gegeten. Nu valt dat nog niet mee: een paar broden kopen. Terwijl de rest voor een sanitaire stop ging, zou Ria de broden regelen. Na een eeuwigheid toch maar eens gaan zoeken waar ze bleef. Stond ze vrolijk te beppen met een Navaho-sieradenmaker. Toen Ria zich met moeite losgeweekt had, kwam ze erachter dat de broden nog steeds gekocht moesten worden.
Uiteindelijk werd de tocht dan toch vervolgd. Via een gigantische omweg reden we naar Mesa Verde. TT-Truus wist in eerste instantie al helemaal niet waar we heen wilden, maar door de rit in etappes in te voeren wilde ze toch een snelste tijd voorstellen. Deze deel van de reis zou onder anderen via een gehucht genaamd Montezuma's Creek verlopen. 
Plotseling, ergens op een weg in het Navaho-reservaat, kreeg de navigator wat kuren. TT-Truus kreeg blijkbaar een aanval van Montezuma's Revenge, of ze werd door de warmte bevangen, want zij was helemaal van de wereld. We werden terug gestuurd, dan was ze de weg weer kwijt. Een volgend ogenblik moesten we bij een zandweg afslaan; helemaal holderdebolder.
Toch kwam het uiteindelijk weer goed, maar het vertrouwen in TT-Truus was toch een beetje weg. Voor straf werd haar de mond gesnoerd. Wel beeld, amper geluid.
In Cortez, dicht bij Mesa Verde was het apparaat nog eigenwijs. Ze wilde het park niet kennen. Dus op goed geluk (en goed kaartlezen) een richting gekozen. En 9 mijlen verder was de ingang nar het park reeds daar. De rit naar de archeologische site was nog niet gemakkelijk. Veel hoog procentuele stijgingen, veel scherpe bochten, maar nog beroerder: over bijna de hele 20 mijl waren er wegwerkzaamheden.
Jammer genoeg hadden we niet zo heel erg veel tijd, terwijl men minimaal een halve tot hele dag uit moet trekken om alles te zien. 
Dan maar een verkorte tour. En zelfs dat was indrukwekkend. Soortgelijke beelden als in Walnut Canyon en het Navoho National Monument, maar wel veel meer ontwikkeld. Veel uitgebreider. Respect voor de toenmalige bewoners van deze Canyon.
Mesa Verde werd in 1888 per ongeluk herontdekt door 2 cowboys. Sinds het vertrek van de oorspronkelijke bevolking rond 1300 was er niemand meer geweest.
Na de afdaling van de groene heuvel (eerder groene berg) moesten we nog besluiten waar te overnachten. Aangezien we binnenkort de bus al weer af moeten leveren in Denver hadden we 2 keuzes: slapen in Cortez en morgen een hele lange reis, of nu nog een paar uurtjes doorrijden.
We besloten tot het laatste. Via Durango de afslag naar het noorden. Naar een plaats genaamd Ouray. Volgens TT-Truus een rit van circa 3 uur. Onze ervaring had geleerd dat er dan meestal wel een half uur tot een uur van af kon. Maar het apparaat had ook wel eens wat nukken met betrekking tot de snelste weg. Affijn toch maar op weg. 
Het begin verliep zonder problemen en al snel was er een kwartier van de reistijd afgesnoept, zonder snelheidsovertredingen. Ook na Durango kon El Monster het nog gemakkelijk volhouden en de reistijd werd nog verder verkort.
De tocht via de Hwy 550 leek een makkie. Maar we kwamen nog bedrogen uit. 
Vanaf Mesa Verde hadden we in de verte al met sneeuw bedekte bergtoppen gezien. Bergtoppen die langzamerhand steeds meer in dikke regenwolken verdwenen. Nu, onderweg, kwamen we er achter dat we tussen die bergtoppen door moesten.
Het rijden op zich ging nog, maar uiteindelijk begonnen die regenwolken hun lading los te laten. In het begin, toen we nog niet zo hoog in de bergen reden, was het nog regen. Uiteindelijk kwamen we op hoogten van meer dan 10.000 ft en ging de regen over in sneeuw! WAT? Sneeuw ja!
Wij wisten ook niet meer hoe we het hadden. 's Ochtends nog temperaturen van rond de 30 tot 35 graden; nu sneeuw. De familie krijgt zo langzamerhand ook wel de rekening gepresenteerd: snotteren, proesten, pijnlijke kelen. Leuk: vakantie!
Het laatste stukje van de reis werd echt in een slakkengangetje afgelegd. Want de combinatie van regen/sneeuw, duisternis en vermoeidheid is een hele ongezonde. Neem daarbij nog eens het te pas en te onpas opduiken van herten en ander wild en iedereen kan begrijpen dat wij blij waren dat eindelijk het bord van de Campground in zicht kwam.
Na een overheerlijke pancake maaltijd ligt iedereen te rusten in een lekker warme camper, want naast een AC heeft El Monster gelukkig ook een heater.
Na alle bizarre avonturen durven we geen voorspellingen meer te doen over het vervolg. Het enige wat vastligt is de vertrektijd van CO0412 , dinsdagochtend.

zaterdag 12 juni 2010

I get my kick's

Ons volgende reisdoel is Monument Valley. Voor we die kant op reizen is er iets nog iets wat we moeten doen. Denk aan de opmerking dat Ria enkele plaatsen heel graag wilde zien. Eén daarvan is rijden over de Route 66. En laat die nou net langs Flagstaff komen!
Nu is het nog niet zo eenvoudig om de route op te pikken of even in de navigator te plannen. Uiteindelijk werd via Google Maps een routepunt gevonden die bij ons in de buurt lag. Jammer genoeg bleek het grotere deel aan de westzijde van Flagstaff te liggen terwijl wij richting oosten wilden rijden. Niet getreurd: We hebben in ieder geval op de Route 66 gereden. En dat minstens 1 mijl!
Aan het einde van dit historische stukje Amerika kwamen we uit op de I-40 richting Albequere. En op dezelfde splitsing wees een bord ons op het Walnut Canyon National Park. Aangezien de Route hier min of meer in het niets oploste, besloten we die weg maar eens in te rijden. En wat een geluk: voor ons reed een auto met een nog ontbrekende nummerplaat. Ieder greep naar een beschikbaar fototoestel om te plaat vast te leggen.
Walnut Canyon bleek een archeologische site te zijn van de Sinaqua (Spaans voor – zonder water) Indianen. Zij leefden ongeveer 800 jaar geleden in rotswoningen in deze Canyon. Na het hoogtepunt van hun beschaving rond 1250 van onze jaartelling is deze groep vermoedelijk opgegaan in de Hopi-stam. Het was een interessante, verbazingwekkende tour rondom een aantal klifs, totaal afgesloten van de buitenwereld.
Na dit bijzondere uitstapje zijn we nog weer op zoek gegaan naar een nieuw punt in de Route 66. Nadere bestudering van de kaart maakte duidelijk dat dit geen succesvolle onderneming kon worden. Zoals al eerder gezegd: het dichtstbijzijnde stuk van de Route lag ten westen Flagstaff en dus niet op onze route.
We besloten dit verhaal maar af te sluiten en ons te richten op Monument Valley. We reden het zelfde stuk terug naar Flagstaff en van daar ging het richting noordoosten.
Het eerste stuk was ons al bekend, alleen waaide de wind nu uit een andere richting en hadden we er gelukkig veel minder last van. En het ging bergafwaarts dus had de bus er weinig problemen mee.
Hele lange rechte stukken asfalt gleden onder ons door, zo nu en dan een bocht en dan weer mijlen rechtuit. Aangezien het stijgen en dalen van de weg ook weinig problemen opleverde, knorde El Monster als een naaimachientje. Bijna slaapverwekkend!
Op een gegeven ogenblik schoven we weer eens door de tijdzones en leefden we opnieuw een uur later. De tijd werd vandaag extra in de gaten gehouden, omdat we twee jarige Jobjes wilden feliciteren in het verre Schottershuizen, Zuidwolde, Dr., Nederland. In de buurt van Tuba City, een Hopi stad, was het tijd om te bellen en hadden we ook nog bereik voor onze mobiele telefoon.
Na enig heen en weer geteut en een liedje voor Anja werd het tijd om verder te rijden. En eindelijk gebeurde er weer eens iets. In de verte dreigde er regen en de wind kwam opzetten. Anja had ons zojuist verteld dat er in de buurt van Monument Valley nog wel eens zandstormen optraden, en nu kwamen we er middenin. De dreiging werd werkelijkheid: het begon toch te regenen. Hierdoor was de gezapige rit voorlopig voorbij. Regen en zand teisterden de bus op haar tocht naar Utah.
Achteraf duurde deze ‘storm’ maar even. Vrij snel was het: ‘business as useual’, en vervolgden wij de reis. Zo nu en dan werd er nog een foto gemaakt, of werd er een stukje gefilmd. Maar in de uitgestorven vlakte van het Navaho reservaat was er weinig opzienbarends te zien of vast te leggen. Tot er een bord langs de weg verscheen met de tekst: Navaho National Monument.
Spontaan besloten we deze aanwijzing te volgen. We waren al eerder aangenaam verrast deze dag. En er wachtte inderdaad een verrassing. Bij de ingang van het Monument hadden we al uitzicht op een prachtig stuk canyon. We besloten eerst verder te rijden omdat het visitor centre weldra zou sluiten.
Ondanks sluitingstijd had de parkwacht nog alle tijd voor ons om een en ander uit te leggen. Hij vertelde dat het centrum ging sluiten maar dat de wandelpaden vrij begaanbaar waren. En dus gingen we maar weer eens op onderzoek uit.
Schitterend! Dit is het woord om dit monument te beschrijven. We wandelden er een tijdje rond en genoten van de prachtige vergezichten. Na een tijdje keerden we terug bij de het bezoekerscentrum voor een sanitaire stop en om alle gezinsleden weer te verzamelen. Terwijl er door de een koffie werd gezet, ging een ander nog op een andere trail op onderzoek uit. Er zouden namelijk ruines zijn van de Betatakin indianen. Ook zij hebben in rotswoningen gewoond. Hoewel deze ruïne tijdens haar glorietijd waarschijnlijk maar 50 jaar bewoond is geweest.
Net voor we onze reis wilden vervolgen kwam Ria in gesprek met een parkwachter. Sinds Sequoia vindt zij het belangrijk om hen te vriend te houden, vandaar. De beste man waarschuwde ons voor de belachelijk hoge prijzen van de campground in Monument Valley. Waarom niet hier op het park gebleven? Het was gratis, het was dichtbij, waarom niet?
We overlegden even met elkaar en de beslissing was snel gemaakt. En dus staan we op een campground genaamd Canyon View. Met een prachtig uitzicht over Navaho National Monument. Er zijn slechts een handvol andere bezoekers: een enkele auto, wat campers, meer niet.
Na een heerlijke simpele maaltijd van gefrituurde aardappelschijfjes, chutney, worteltjes en rode kool genieten we van de totale stilte om ons heen. Jammer genoeg is het bewolkt, anders zouden we ook nog eens een perfecte nachthemel kunnen aanschouwen. Dan was het helemaal perfect geweest!

vrijdag 11 juni 2010

The day after the night before!

Wat valt er nog te doen na zo een intense beleving als die van gisteren? De planning was om ook de zonsopgang te bekijken. Alleen: zou die net zo mooi zijn? Dus lieten we dat plan maar varen. Die beslissing hadden we trouwens gisteren al genomen aan de Rim. Het zou vast niet mooier worden. En aangezien iedereen toch wel moe was, wilden we ook wel de rust nemen.
Dit betekende dat we eigenlijk een dag extra hadden. Wat nu te doen? We zouden naar de volgende bestemming in de planning kunnen rijden, maar Monument Valley was best nog ver en niemand had zin in hele lange afstanden. Het KOA-handboek werd er maar eens bijgehaald en we vonden een mooie camping in Flagstaff. Achteraf, geïnstalleerd op de camping vonden we er nog een, redelijk dichtbij, aan de Route 66. Een klein dompertje, maar moet het helemaal perfect zijn?
Ook vandaag zijn er weer bijzondere dingen gebeurd.
De dag startte met het nodige geneuzel. Het tanken ging met horten en stoten, koffie bij de lodge duurde een eeuwigheid, kortom: we kwamen moeilijk op gang.
Gisteravond hadden we al besloten dat de meiden mochten blijven liggen en dat wij gewoon op weg zouden gaan. Uiteindelijk sliep Vera nog redelijk lang door, de twee andere meiden waren al op tijd wakker. 
We waren nog maar net uit het Kaibab National Forest gereden of we kwamen in het volgende prachtige gebied: de Vermillion Cliffs. Afdalend van het plateau van de Grand Canyon kwamen we op een gigantische vlakte met aan de rand ook weer de meest prachtige rotsformaties. We vallen van de ene verbazing in de andere. 
Ook hier op deze vlakte is de weg recht toe recht aan. Alleen golft het, net als iedere weg tot nog toe, op en neer over de uitgestrekte vlaktes. Verbaasd en verrast genieten we ook weer van het panorama van dit stukje Arizona.
De tijd vliegt net als de kilometers voorbij. We komen uiteindelijk aan de grens van Navaho Country. Bij een brug over de Coloradorivier. We besluiten de tijd te nemen en even rond te kijken. Opnieuw worden we verrast. Tijdens het wandelen / fotograferen op de brug ontdekken we eerst een en later een tweede Californische Condor op zittend op de spijlen van de brug. Maar we worden nog meer verwend: even later vliegt er een Condor op een niet te grote afstand enkele rondjes boven de brug.
Ver onder ons zien we tegelijkertijd in de verte enkele rafters de rivier afzakken. Het beeld is opnieuw perfect. Ook deze dag kan nu al niet meer stuk.
Uiteindelijk besluiten we maar eens verder te rijden. Wat heeft de dag nog meer in petto?
Bij de Cameron Tradingpost besluiten we te gaan brunchen. Al die tijd hadden we nog niets gegeten. Geen mooie, rustige schaduwrijke plekjes te vinden, dus de bus bleef maar rijden. Maar deze plek leek ons perfect. En dat was ze! Het eten was er geweldig; de porties overweldigend en het smaakte allemaal zeer goed. Vera was uiteindelijk de enige die haar portie op kon. Er was ook nog iemand die een doggiebag (hoi hoi we krijgen een hond) nodig had.
Een tradingpost heeft ook allerlei andere handel, dus dat moest uiteraard bekeken en gekocht worden. Wij blij, de natives tevreden. Ieder een geslaagde dag.
De tradingpost lag dichtbij de afslag naar de South Rim van de Grand Canyon en even kwamen we nog in de verleiding. Toch konden we ons beheersen en stuurde de bus rechtdoor: richting Flagstaff.
Hoewel het qua weg een rustig ritje zou moeten zijn, viel dat in werkelijkheid nog wel tegen. Wind dwars op de bus, tijdens het grootste gedeelte van de rit. El Monster protesteerde door op de gekste momenten 'in cruise controll' in een veel lagere versnelling te schieten. De chauffeur had zijn handen vol om de bus in het gareel te houden. Zelfs in de States hebben ze mafkezen op de weg, dus ook dat zorgde bij een invoeg gedeelte nog voor een hachelijk moment.
Gelukkig kwam niet veel later Flagstaff en daarbij de camping in zicht. Inchecken duurde een tijdje, het was er behoorlijk druk. Een vaste klant maakte er theater omdat hij niet op zijn gereserveerde plek kon staan. En dat terwijl hij al jaren klant was: geen stijl! Zo blijkt het maar weer eens dat dezelfde taferelen overal te wereld plaatsvinden. En dus is het ook niet allemaal hosanna!
Onze kampeerplek is goed. We hebben veel ruimte om de bus en kunnen lekker buiten zitten. Tot de wind ons wegjaagt. Tja uiteindelijk staan we wel op een hoogte van bijna 7000 feet (meer dan 2100 meter). Het is er niet koud, maar door de wind lekker fris.
Als prettige bijkomstigheid vinden we ook op deze camping nog een ontbrekende licenseplate. Het is een sport geworden om op parkeerplaatsen en campgrounds de wagens, campers, caravans en dergelijke te controleren. Wie weet of er nog een nieuwe bijkomt.
De teller staat nu op 44. Het gerucht gaat dat er al weddenschappen afgesloten worden of de smitties de 50 gaan halen. Er schijnt een sidebet te lopen op welke staat sowieso niet gespot gaat worden. We hebben nog een paar dagen, dus wie weet. Ook op een rustige dag is er van alles te beleven.

donderdag 10 juni 2010

Een van de zeven wereldwonderen!

Dit is dé dag! Naast het weerzien met Lisanne was de Grand Canyon toch wel het belangrijkste doel van deze trip. Maar eigenlijk wilden we toch ook nog wel een stuk van Zion National Park bekijken. Helaas bleek dat niet mogelijk: De toegangsweg vanaf het oosten was wegens werkzaamheden afgesloten. Nu was een pendelbus nog een mogelijkheid, maar dan zouden we er ook de hele dag moeten blijven. En. . . . de Grand Canyon wachtte ook op ons.
De rit naar de North Rim van de Canyon was van onze KOA-Campground ongeveer 120 mijl lang en zou een kleine 3 uur in beslag gaan nemen. Onderweg worden we al opgewarmd met de mooiste natuur-momenten. Veelal in de de kleuren okergeel via oranje tot rood. Neem daarbij de meest grillig te bedenken vormen en het resultaat is al fantastisch. Als dit al zó mooi is, hoe moet het dan in de Nationale Parken zijn? Is Zion nog mooier? Ja, want daar hebben we foto's van gezien, maar een foto zegt niet alles. Het geeft niet het bijbehorende gevoel van de gene die de foto maakt weer. Maar goed, Zion doet niet mee. Zou de Grand Canyon nog mooier zijn? We hadden wel héél mooie foto's van de Canyon gezien, maar dat was van de zuidkant. Wij gingen de noordzijde bezoeken. Met andere woorden: SPANNEND!
Zoals nu om de brei heen gedraaid wordt in deze blog, zo treuzelde Ria toen we eenmaal op de site gearriveerd waren. In plaats van de rand van de Canyon te bestormen, ging ze liever licenseplates fotograferen. Want later op de dag zouden ze weg kunnen zijn. Daar had ze natuurlijk gelijk in; en ze heeft er best veel platen gescoord. Maar we waren hier voor iets anders: de Canyon!
Haar eerste indruk: is dit nou alles? We stonden bij een uitkijkpunt op ongeveer 500 meter van de North Rim; wisten wij veel. De anderen hadden gelijkluidende gevoelens. 'Zijn we toch aan de verkeerde zijde van de Canyon?' Toch maar weer nummerplaten kijken? Hé kijk, alle mensen lopen verder naar achteren. Laten wij dat dan ook maar ook gaan doen.
En eindelijk was het moment daar. Het valt met geen pen te beschrijven wat het uitzicht is. Iedere poging hiertoe is nutteloos. Het is al eerder geschreven dat iets onbeschrijfelijk is en iedere plek is voor iedereen anders, maar geen enkel woord kan deze schoonheid benoemen.
We hebben een hele tijd genoten van alle grillige vormen; de dieptes en vergezichten. We hebben de Canyon vanuit meerdere uitzichtpunten bekeken en zagen iedere keer weer wat anders. We hebben rotsen beklommen om een nog mooier uitzicht te krijgen. En we hebben foto's gemaakt en gemaakt en gemaakt en gemaakt en . . . .
Tijdens ons verblijf aan de rand van de afgrond, overlegden we wat het meest handig zou zijn: terug naar een Campground, zodat we een zeker plekje voor de nacht zouden hebben, of blijven tot zonsondergang. We besloten voor het laatste. Het was op dat moment rond half zes en de zon zou rond 19.45 uur ondergaan. Dus alle tijd om iets te eten en te drinken en om op tijd weer terug te keren aan de Rim.
Tussen 1900 en 1915 waren we weer terug. En we hadden een gigantische mooie plek om te gaan genieten van de dingen die zouden gaan komen. Mensen kwamen en gingen, zochten naar een even mooie plek als die van ons. Sommigen kwamen zelfs bij ons kijken, maar gingen dan toch weer verder. De spanning steeg het was al na half acht. Alleen die verrekte zon leek maar niet van plaats te veranderen. Alsof ze vastgenageld stond aan haar plaats aan de hemel. Deed ze dit om ons te plagen? Te laat komen op haar eigen dagelijkse ondergang? Het werd 19.45 uur en nog was er (bijna) niets veranderd. Tussen acht en kwart over acht , er gebeurde nog altijd weinig, maakte Tessa merkte Tessa op: "Mam, hebben we wel de juiste tijd? Zitten we nog wel in de goeie tijdzone?" Nog iets later kregen we daar antwoord op toen Ria een man vroeg hoe laat het was: "It's seven thirty mam!" Daar hadden we dus ons antwoord. We waren die dag opnieuw een uur kwijtgeraakt en teruggekeerd naar de Pacific Time. Bijkomend 'nadeel': een uur langer aan de Rim.
Uiteindelijk was het daarna allemaal de moeite waard. Waanzinnig wat er gebeurt als het daglicht verandert. Sommige kleuren worden alleen maar feller, intenser. Opeens worden inhammen duidelijk en verdwijnen andere. Randen verschijnen en verdwijnen in het langzaam dovende licht. Maar zolang de zon nog redelijk fel is, zijn de kleuren nog warm en intens. En op het moment dat zij verdwenen is, is het net alsof het leven uit de kleuren vertrokken is. De plek voelt kouder en minder persoonlijk aan. Tot je jezelf even wat meer de tijd gunt en goed rondkijkt. Dan valt het op dat zelfs nadat de warmte verdwenen is, de Canyon niets aan haar schoonheid verliest.
Nogmaals: ieder woord is teveel en geen enkel woord kan deze schoonheid beschrijven.

Op de terugweg naar El Monster konden we het niet laten om toch nog een keer naar nummerplaten te kijken en we hadden geluk. De teller staat op 43; nog 7 te gaan. 
De duisternis kwam nu heel snel. Zo tussen de bomen, in de afdaling was het snel donker, terwijl de lucht nog een heldere blauwe kleur had. Het rijden werd nog eens moeilijker door de aanwezigheid van ontelbaar veel herten. Sommigen waren bezig over te steken, maar de meesten bevonden zich gelukkig aan de rand van het bos. Het maakte de afdalende rit nóg wat intenser.
De eerste Campground die we probeerden was redelijk dichtbij, maar was pikkedonker en had van dezelfde kleine moeilijke parkeerplaatsen als die in Potwisha, Sequoiapark. Dus snel verder. We hadden op de heenweg wel meerdere Campgrounds gezien, dus er was wat dat betreft nog geen paniek. Uiteindelijk vonden we een plaatsje op de Campgrounde in Jacob Lake, aan het begin van de Grand Canyon Highway.
Ook hier was het donker, maar de kampeerplaatsen waren gróót! Dus kon de vermoeide chauffeur met redelijk veel gemak zijn weg vinden en op de goede aanwijzingen van copiloot Ria stond de bus in no time op zijn plek.
Tegenover onze camping was een motel waar nog veel licht brandde. Onze hongerende magen wilden gevuld, dus gingen we maar eens op onderzoek uit. Helaas, de boel was al gesloten. Dan maar een simpele maaltijd in de camper, of liever nog:aan het kampvuur.
Dit was een perfecte afsluiting van een weergaloze dag. Eten bij het kampvuur, met een drankje erbij. Door de intense beleving waren we allemaal nog te hyper om te gaan slapen en was het nog lang onrustig.

woensdag 9 juni 2010

Een bizarre nieuwe onuitwisbare ervaring!

Bizar! Dat is de enige beschrijving die bij deze dag past. Er heeft niet alleen een verschuiving in landschap plaatsgevonden. Nee, daarnaast veranderde het klimaat behoorlijk. En als klap op de vuurpijl belandden we ook nog een in een ‘timewarp’.
De dag begon als ieder andere. Relaxt opstarten. Tijdens het ontbijt werd besproken wat eventueel de mogelijkheden waren voor het vervolg van de reis. Dat moeten we dus maar niet meer doen; het wordt er alleen maar waziger door. Uiteindelijk werd voor de Valley of Fire gekozen.
Een zeer goede keus! Wat een prachtig landschap. De diversiteit in kleuren is niet te beschrijven. De hoofdkleur is rood, van lichtrood, naar terracotta tot bijna vuurrood. Maar daarnaast ook zovele andere prachtige kleuren. Eén vergezicht werd zelfs het ‘rainbow vista’ genoemd. Die titel dekte volledig de lading: van wit naar zwart, met geel, groen en tot paars waren de schakeringen te zien.
Op een andere plek, genaamd Mouse’s Trap, overheerste vooral het rood. Dit is een inham in de vallei waar ooit een Indiaanse vrijbuiter genaamd Mouse, uit handen bleef van de autoriteiten. Er bevindt zich een natuurlijk waterbassin waar regenwater zich verzamelt en soms maandenlang in blijft staan. Vandaag was het er vooral erg warm, en heel erg stil. Helemaal verlaten, alleen enkele van de natuurlijke bewoners lieten zich middels gefluit horen.
Deze vallei hebben we echt volop genoten en ervaren. De kleuren, de temperatuur, de natuur, kortom alles. Het is zoals Ria het later verwoordde: “Het lijkt wel alsof het steeds een beetje mooier wordt. Iedere dag een beetje meer; iedere dag wordt het mooier!”
Maar aan alles komt een eind en daarom besloten we verder te reizen. Zoals gezegd was het door het ochtendoverleg niet duidelijker geworden. Zonder nog woorden vuil te maken aan het onderwerp, werd de richting van Zion National Park ingeslagen. Ergens bij dit park in de buurt wilden we gaan overnachten. Enerzijds om morgen nog wat van het park te zien (tip van oud-Amerikagangers), anderzijds om al een eind in de richting van de Grand Canyon te komen. Zodat de reistijd van morgen een stuk korter wordt.
Door dit deel van onze reis werd het bizar. Tijdens het rijden door 3 verschillende staten veranderde langzaam maar zeker de natuur. Van de kale droge rotsachtige gebieden van de afgelopen tijd, naar een herkenbaar groen landschap met veel bomen en water en dergelijke. Daarnaast veranderde ook het klimaat. Van heet, schroeiend droog, naar vochtig en koeler met op sommige plaatsen nog sneeuw. De hagedissen en buidelratten maakten plaats voor herten, ontelbaar veel herten. Als uitsmijter kwamen we ook nog eens in een andere tijdzone terecht. Opeens was het al een uur later. Weg dat uur, nooit meer in te halen!
Tijdens het laatste stuk van de reis, door het Dixie National Forest zagen we naast de mooie vergezichten, meren, rivieren en watervallen ook nog eens heel veel herten. Jammer genoeg niet alleen het levende soort. Het zorgde wel voor extra waakzaamheid bij de chauffeur.
Gelukkig kwam niet veel later de KOA-camping bij Glendale Utah in zicht en was deze bizarre reis ten einde. Sommige reisgenoten waren uitbundig van meligheid; een verandering van temperatuur bij de een, schoonheid van het bezochte bij een ander, de derde die daar weer op reageerde als de stuiterbal die ze gewoonlijk al is. El Monster en de chauffeur waren het wel zat. De bus begon steeds meer te protesteren door in een lagere versnelling te blijven hangen met gegier en gekreun van de motor. Eerst liet El Monster zich nog wel corrigeren, maar op het laatst was het met en eigen wil.
Nu staat de bus uit te puffen op een kleine landelijke camping waar de receptioniste niet zo vriendelijk was, de kampeerplaatsen niet zo groot in aantal zijn, maar waar er wel een prachtige sterrenhemel zichtbaar is.
De bizarre bordkartonnen wereld van Vegas met haar overbelichting is ingeruild voor een gehucht waar het naar mest en dennenbomen ruikt. Wat een verandering.

dinsdag 8 juni 2010

Here comes the sun, with a pokerface

Een trip naar een van de warmste plekken op aarde: Death Valley. Het was de bedoeling om vanaf de campground in Weldon naar Furnace Creek in Death Valley te rijden. In Furnace Creek zouden we dan overnachten. Een campground met het enige zwembad ter wereld dat gekoeld moet worden is ons verteld door oud-Amerikagangers.
Aangezien het een trip van ongeveer 300 kilometer was, en het in een kleine 3 uur te doen zou zijn, vertrokken we pas rond half tien. We houden toch al niet van haasten. Rustig wakker worden, goed ontbijt en in alle rust op weg. El Monster vond dat ook wel een goed idee, want de RV deed het in het begin lekker rustig aan. Laag in de toeren, geen gegier of geblaas.
Na de eerste bergkam, met lange rechte stukken klimmen en dalen, en veel Yoshua trees, kwamen we op de Freeway 395. Behoorlijk nieuw asfalt, redelijk vlak en weinig verkeer. Maximum toegestane snelheid 70 Mph; het schoot lekker op. De omgeving toonde ons wel al een voorproefje van wat komen ging. Lange uitgestrekte dorre vlakten met aan weerszijden hoge bergen. Op de vlakten zand, rotsachtig, zoutafzettingen wat armetierige begroeiing. Met zo nu en dan een gehuchtje of een serviceplaats. Hier en daar een vervallen schuur of gebouwtje. Dat was het dan wel.
Maar mooi! En dit was nog niet eens het begin.
Bij de ingang van de Valley hielden we aan bij het welkomsbord. Op het laatst daar werd het wel duidelijk dat het een hele hete reis zou gaan worden. Snel wat foto's en filmmateriaal, een dansje van Lisanne en Ria midden op straat en vlug weer in de bus.
Een stuk verderop het eerste echte stuk woestijn. Met een dorre gebarsten zandvlakte. Dit was pas echt! Dit werd ook nog heter. We voelden de zon inbranden op blote delen huid. Toch maar niet te lang buiten blijven.
 In Stovepipe Wells een parkwachter aangehouden en die vertelde dat het op dat moment (rond 12 uur plaatselijke tijd) 45 tot 47 graden Celsius was. Dat was op zeeniveau. Een stuk verderop ligt de vallei nog eens een kleine honderd meter onder AP, dus nog heter.
De zandduinen waren prachtig om te zien. Het zand daar is om je vingers aan te verbranden, zo heet. Dat stuk is echt een braadpan. Wat heet! Dat overnachten in Furnace Creek geen pretje zou worden was nu wel al zeker. Dat we überhaupt in dat gehuchtje zouden gaan overnachten werd steeds meer de vraag. De planning is er om van af te wijken, dus lag er al een plan B klaar. Altijd een plan B gereed hebben, zei Winnetou, der alte Hauptling der Indianer vroeger al!
Tijdens de stop in Furnace Creek bij het visitorcentre werden knopen doorgehakt. Plan B: doorrijden naar Las Vegas. Volgens Google Maps een tocht van rond de 290 km en het zou een kleine 2 uur en veertig minuten gaan duren. De navigator gaf een soortgelijk beeld.
Helaas begon TT-Truus na de voortzetting na Furnace Creek kuren te krijgen. Ingesteld op altijd de snelste route bedacht madam dat het óók over onverharde paden best snel kan gaan. Dus iedere zand- of gravelweg wilde zij ons af laten slaan. Na 2 a 3 van die fratsen werd TT-Truus tijdelijk de mond gesnoerd. Mond houden en eerst maar eens over je zonden nadenken. Pas op het einde van de rit, in Vegas, mocht zij weer mee gaan praten. En eerlijk is eerlijk, dat deed zij perfect.
De ontvangst op de Koa-campground in Las Vegas, aan het begin van de strip, was geweldig. Hoewel de gastvrouw hoor- en zichtbaar vermoeid was, bleef zij ons vriendelijk, maar vooral ook spontaan te woord staan.
De lokatie is bijna perfect. Ja, midden in de stad; ja op het brandende asfalt en nee absoluut geen schaduw. Maar toch: de douches zijn schoon en verzorgd;  er zijn genoeg toilet- en douche-units aanwezig. Er si wederom een zwembad. En, uiteindelijk het doel van plan B, het is dicht bij de Strip.
Zo mooi, zo van onbeschrijfelijke schoonheid de natuur onderweg was, zo hectisch, onecht en decadent de stad. Het is een bordkartonnen stad; een Disneyland voor volwassenen. En toch ook heel bijzonder om te zien. Vooral als de lichten aangaan. Een metamorfose, het komt tot leven. De waanzin stijgt met de minuut tot een hoogtepunt van drank seks en gokken. En toch heel bijzonder om van dichtbij te kunnen bekijken.
Ter afsluiting hebben we bij Danny's heerlijke stukken gebak met een frisdrankje genuttigd. Nu ligt het vrouwelijke deel van ons reisgezelschap al op een oor. Helemaal uitgeteld!

Death Valley is een waanzinnig mooi stuk natuur, dat hopelijk nog heel lang kan blijven bestaan. Min of meer onaangetast. Het is jammer dat wij slechts op doorreis waren. Dit hoor je als bezoeker te ondergaan en niet alleen maar even van proeven. Maar we zijn er doorgekomen; we hebben gezien dat het er heel erg mooi is. We weten nu ook dat het er echt heel heel heel het is. We hadden het niet willen missen.

Als iemand eens een meer persoonlijke kijk op onze Amerika-trip wil lezen, kijk dan eens op volgende site:  http://orphirin.tumblr.com/ .


Licenseplate counter: 34

maandag 7 juni 2010

Een tussenetappe

Na alle strapatzen van de afgelopen dagen mochten we nu genieten van de rust. Ook El Monster had deze rust wel verdiend. De bus heeft al genoeg voor de kiezen gehad de afgelopen dagen. And there is more to come!
Onze KOA Campground is voorzien van een swimmingpool. Gisteravond was het te laat om er nog van te kunnen genieten. Dus doen we dat vandaag. Het badje is hooguit 10 x 15 meter; het is meer dan genoeg om plezier te hebben.
De tourleiding had deze dag al ingepland als tussenetappe en iedereen is blij dat aan dat plan vastgehouden wordt. Het volgende Nationale Park in de roadtrip is Death Valley. Alleen, na alle lange ritten wordt het tijd voor een time out. Vandaar dat er vandaag niet veel meer gereden zal worden dan 128 mijl of wel een kleine 200 kilometer. Volgens Google Maps een ritje van amper 2 uur en een kwartier. Vandaar: alle tijd!
Het ‘ritje’ naar Lake Isabella KOA Campground in Weldon verloopt zonder bijzonder rustig. Er is even oponthoud omdat onze “Hup Holland’ vlag, gemonteerd aan de antenne, begint te scheuren. Tot Bakersfield rijden we op de Freeway 99, redelijk vlak met een maximum snelheid van 70 M/h. Bij Bakersfield slaan we af, de Highway 178 East. Deze gaat dwars door Kern Canyon. Een ruig rotsachtig dor en verlaten gebied, waar de Kern River doorheen snijdt. Deze rivier is soms rustig en soms woest met kolkend water. Volgens een van de vele waarschuwingsborden zijn daar sinds 1868 minimaal 270 doden gevallen. Blijkbaar toch wel heftig.
De weg gaat ook hier wel met wat stevige stijgingen en dalingen en korte krappe scherpe en haakse bochten. Het is in geen vergelijking met gisteren. Vrij relaxed knort El Monster dan ook over deze bergweg.
Plotseling duikt er aan de dalzijde, aan de andere kant van de weg, een parkeergelegenheid op. De chauffeur besluit van de gelegenheid gebruik te maken. Dit is een mooi Vista Point. We klimmen met elkaar naar beneden om dicht bij de, hier snel stromende, rivier te komen. De ‘forces of nature’ zijn hier weer duidelijk zichtbaar. Het wordt echter ook duidelijk dat de temperatuur fors oploopt. Aan de kust was het nog vochtig en mistig, nu wordt het drukkend en heter.
Wanneer we Kern Canyon uitrijden plooit het landschap langzaam naar een vlakte en komt Lake Isabella te voorschijn. Dit is toch ook wel een toeristisch gebied, want er zijn veel, heel veel RV parken, Lodges en dergelijke. De omliggende dorpjes bestaan uit niets anders.
Onze KOA-Campground ziet er opnieuw verzorgd uit. Ook hier is een pool, maar het is hier warm! De receptionist is vriendelijk en bezorgd ons een mooi schaduwplekje. De plek onder de bomen is ruim opgezet en redelijk vlak. In no time zijn we geïnstalleerd om er daarna achter te komen dat het hier stikt van de muggen. “You ain’t Dutch if your not complaining!” Als er niets te klagen is, is het niet in orde.
We gaan hier acclimatiseren voor datgene wat ons morgen te wachten staat in Death Valley. Het oorspronkelijke plan was om daar te kamperen in Furnace Creek, maar familieoverleg zorgt voor andere inzichten. Dat is morgen. Nu gaan we toch nog lekker genieten van de pool en de rust van dit KOA-kamp.
PS: KOA betekent: Kamp Owners Association, een overkoepelende kampeerorganisatie dus.
De License teller staat op: 19.

zondag 6 juni 2010

Een barre tocht: Don't mess with authority!

Verwachtingsvol en vol goede moed stonden we vroeg op om de majestueuze oer oude bomen van Sequoia National Park te gaan bekijken. Niemand van ons kon op dat moment nog bevroeden dat het een memorabele tocht zou worden. Memorabel op verschillende manieren.
Ondanks het vroege tijdstip genoten we in alle rust van het ontbijt en de omgeving. Op de achtergrond het geroep van de loslopende pauwen in het park. Konijntjes dartelend om de campers.  De zon die langzaam maar zeker in sterkte toeneemt. 'We zijn vroeg, we hebben vakantie, piano, piano', dat was zo ongeveer ons motto.
Een laatste stop bij het tankstation en we konden de baan op. De oversteek van de kuststreek naar de Golden State Freeway, via Highway 126 zorgde bij de bus al voor gekreun en gesteun. Mijlenverre stijgingen en dalingen van 6% en meer kostten wel wat moeite. Dalend van de laatste berg hadden we een typisch Amerikaans beeld voor ons: 1 lange rechte weg, zo ver het oog reikte.
Vanaf dit ogenblik tot voorbij Visalia was het beeld als in Nederland: vlak! Een ontspannende manier van verplaatsen. 70 M/h op cruisecontrol, muziek op de achtergrond, kop koffie bij de hand. Relax!
Na Visalia begon de weg weer langzaam te stijgen en te dalen. Dit was voor de bus nog geen enkel probleem. Tot aan de beoogde camping voor de komende nacht, Potwesha Campground,  bleef dat ook zo.
Bij de ingang van Sequoia National Park hielden we een kleine pauze, genietend van uitzicht, de warmte en om de benen maar eens te strekken. We vonden dit uitzicht al mooi, bijzonder; wisten wij veel.
Bij de campground was het stressen. Er waren niet al te veel plaatsen over en El Monster heeft natuurlijk wel veel ruimte nodig. Na het uitproberen van verschillende staplaatsen werd het ons duidelijk: dit is niet te doen. Geen enkele plek voldeed: te klein, te smal, te laag hangende takken, te steil, te schuin, etc. Terug naar Brandon, de campingmedewerker. Hij begreep het probleem en we kregen ons geld terug.
Bij de ingang van het park stond een bord: RV's langer dan 22 ft. werd geadviseerde de weg vanaf Potwesha naar de General Sherman Tree niet te vervolgen. Navraag bij onze vriend Brandon leerde dat het een advies was, maar 'best te doen'.
De arme bus! El Monster piepte en kraakte van alle scherpe-, haakse- en haarspeldbochten. Het klimmen en dalen zorgde voor overuren in het koelsysteem. In de bus had deze of gene toch wel wat moeite met de gang van zaken. Hoezo een ontspannende vakantie?
Maar het was de moeite waard! Bij de ingang van het Giant Forest stonden de eerste reuzenbomen ons al op te wachten. Onbeschrijfelijk! Jammer genoeg was er te weinig ruimte voor onze bus om zo maar even te parkeren. Toen we eindelijk even een plekje hadden gevonden, begon het gedonder.
We hadden wat foto's gemaakt en wilden net weer instappen toen de (vrouwelijke) parkwachter aan kwam rijden. Midden op de weg geparkeerd merkte zij op dat wij het verkeer ophielden. Toen de chauffeur van de bus zo dom was om antwoord te geven, in discussie te gaan, werd de parkranger dreigend. Wij mochten daar helemaal niet zijn, want over 22 foot lengte. Ondertussen werd de rij wachtende auto's achter haar Rangertruck langer en langer. De rangers zouden ons boven wel opwachten sneerde ze nog, voordat ze wegreed.
De dubbele moraal van dit verhaal: advise betekent in Amerikaans verboden en vooral geen eigen mening hebben tegenover de autoriteiten.
Jammer genoeg zorgde dit voorval wel voor een domper. Het vervolg naar de meest massieve Sequoia Tree, de General Sherman, verliep grotendeels in stilte. "Zullen ze ons aanhouden boven?" "Krijgen we een dikke boete?" "Wat staat ons te wachten?" "Vooral níet in discussie gaan, alles accepteren!"
Natuurlijk gebeurde er niets. Mevrouw kon de discussie niet waarderen en besloot maar te dreigen met maatregelen. Zo in het groot, zo in het klein.

Het is absoluut onmogelijk om de prachtige bomen werkelijk te beschrijven. Hoe groot, hoe omvangrijk, hoe schitterend mooi zij zijn. Foto's en film kunnen niet weergeven wat deze bomen voorstellen. Majestueus! 

We besloten om niet in het park te overnachten. Misschien waren de autoriteiten nog wel op zoek naar ons. Dus werd het KOA-tijdschrift er maar op nagekeken waar we zouden kunnen overnachten. Onze keus viel op een camping in Visalia. De route werd ingevoerd in de navigator en TT-Truus leidde ons het park uit.
Het werd een hele bijzondere tocht. Was de weg naar de Sherman tree al heftig, nu werd het pas echt serieus. Korte aflopende bochten, steile klimmetjes en korte dalingen. Rammelend, trillend, schuddend, piepend en krakend daalden we af. El Monster had het nu echt heel zwaar. De inzittenden verging het niet veel beter. Takken schurend langs de zijkant van de bus, soms een steen knallend onder een wiel door. Kortom: er werd heel veel van iedereen gevraagd. Indien iemand vanwege het rijden de Highway 1 mooi vond, dan moet die gene in elk geval de Highway 245 van Miramonte richting Visalia proberen. Veel plezier!
Toen we, eindelijk, uit de heuvels op de vlakte terugkeerden waren we op. Blij dat het uiteindelijk achter de rug was. In het dorpje Ivanhoe werd de benzine weer bijgevuld, want de tank was nog maar een kwart gevuld. El Monster houdt wel van een drankje. De bus stond dampend en stinkend bij te komen van de zware rit. Ook werd er een nieuwe batterycharger voor de Tomtom aangeschaft. Voor de tweede keer, want de vorigen zijn beide doorgebrand.
De laatste kilometers waren een makkie. De camping ziet er weer goed uit. Schoon, ruim en verzorgd. De heerlijke nasimaaltijd zorgde voor enig herstel. Koffie mét gebak hielp ook mee. Als afsluiting nog een drankje en een ieder kroop voldaan tussen de lakens.

vrijdag 4 juni 2010

Santa Barbara: a little bit of home!

Een relaxte dag in de stad van Lisanne. Er waren geen grootse plannen: we wilden de plaatsen bekijken, ervaren, waar Lisanne de afgelopen 10 maanden geleefd heeft.
De dag begon al lekker rustig. De een na de ander werd min of meer uit zichzelf wakker, geen gevlieg, geen gehaast. Behalve Lisanne hadden we allemaal wel wat hinder ondervonden van het voorbij razende verkeer op de Hwy 101. Onze rustplaats lag er zo ongeveer tegenaan, ontdekten we wat later op de dag.
Na de verzorging van de innerlijke en uiterlijke mens, werden alle kabels en slangen weer afgekoppeld van de aansluitpunten en verplaatsten we de 'bus' naar een parkeerplaats aan de haven. TT-Truus hoefde niet in actie te komen, want we hadden Mrs. Tourguide bij ons. Ik hoefde alleen maar de 'sound of her voice' te volgen.
De tour begon in feite daar al aan de haven, maar eerste punt van aandacht was natuurlijk de college. Want: 'heeft ze er wel wat gedaan die 2 semesters?' Vroegen Lisanne's ouders zich stiekem af. Hoewel het een groot college is, was de drama afdeling gevestigd in een soort noodhuisvesting toch een eigen deel binnen dit grote geheel. Het lijkt de story of Lisanne's drama-life: de theaters waar zij mag gaan werken worden allemaal verhernieuwbouwd. Maar het was wel duidelijk dat zij zich er erg thuis voelt. Wij hadden het geluk nog wat mensen te ontmoeten die met Lisanne gewerkt hebben. Hoewel het slechts bij 'Hi, how are you,', blijft, konden wij zien dat zij gek met Lisanne zijn. Mooi!
Na de tour door en om de school konden, helaas alleen maar van buitenaf, haar tweede appartement bekijken. Madam Smit had het wel goed voor elkaar, amper een paar minuten lopen en weer thuis.
That was school, daarna: downtown Santa Barbara. State street of met ander woorden: Starbucks en Yoghurtland. Koffie en ijsyoghurt, twee van de levensreddende producten in een studentenleven. Lisanne liet het ons zelf ervaren. Een lekkere kop koffie, en na een wandeling up en down State street een echt heerlijke bak met allerlei smaken ijsyoghurt. Echt mensen, als je ooit in Californië komt (LA, San Francisco of Santa Barbara), ga naar Yoghurtland. Het is zéér de moeite waard.
De laatste stop in Santa Barbara was Brinkerhoff., Lisanne's eerste studentenhuis. Een echt studentenhuis: een grote puinhoop dus. Maar met een prachtige tuin en in een hele mooie omgeving, rondom het huis. Lisanne had er nog wat tassen met spulletjes staan. Dat wordt een gigantische bijbetaling om die spullen mee te krijgen in het vliegtuig. Na het inladen had de bus het al een stuk moeilijker.
Lisanne kon nog afscheid nemen van oud medebewoners en daarna werd het ook voor haar tijd om Santa Barbara achter zich te laten. We hadden 's ochtends al besloten om toch een stukkie verder te reizen. Dus staan we nu in Santa Paula, op de Ventura Ranch. Een prachtig park in the middle of nowhere. (Volgens Lisanne zijn er hier ook beren). Dat wil de rest niet perse weten; konijnen en pauwen(!) zijn er in ieder geval wel.
Na een heerlijke ouderwetse spaghettischotel hebben we opnames gezien van Lisanne's laatste toneelstuk. En voor 23 uur lag het vrouwelijke deel van het gezin al op bed. Slechts uw stukjesschrijver moest zijn plicht nog vervullen. Nu wordt het tijd, want morgen gaat de tocht verder naar Sequoia Park. Een tocht van ongeveer 4 en een half uur om in een paar uur een indruk van dit gigantisch mooie park op te doen. Volgens medekampeerders waren zelfs drie dagen nog niet genoeg om alles te zien.

Een hartelijke groet vanuit 'the Golden State' aan iedereen thuis. Bedankt voor alle reacties op Blogspot, Hyves, etc. 

PS de licenseplate-teller staat op: 11. (plus 1 staats-nummerbord. Vanwege het risico van Guantánamo Bay geen foto genomen)

Knabbel en Babbel en de zeeolifanten

Een mistige ochtend kondigt meestal een zonnige dag aan, meestal.
De heuvels rondom Marin Park gingen verscholen achter een sluier van mist: de voorbode van een 'wazige' dag. Het was meteen duidelijk dat de Golden Gate opnieuw in nevelen gehuld zou blijven. Helaas!
De rit via de Golden Gate Bridge door San Francisco richting de Highway 1 verliep voorspoedig. Zonder noemenswaardige voorvallen lieten we de voormalige hippie-stad achter ons. Van de veelgeprezen omgeving van highway 1 was toen nog bitter weinig zichtbaar. Dikke flarden mist onttrokken ieder uitzicht aan onze ogen.
Gelukkig trok de mist zich later terug naar de pacific. Zo nu en dan, bij een uitloper van het land, werd het zicht weer een stuk minder. Maar uiteindelijk werd de rit van ongeveer 560 km een prachtige ervaring.
De Amerikaanse overheid, of het bureau van toerisme, is zeer klantgericht is ons nu al duidelijk geworden. Overal staan borden met: 'Vista point - 1/4 mile', of van die strekking. Het mooie is echter dat wanneer je zelf een 'vista point' bedenkt, en je onopvallende campertje van 30 foot staat langs de weg, dit automatisch andere toeristen aantrekt. Werkelijk binnen de kortste tijd wemelt het van mensen. We hebben maar niet verteld dat er slangen in het hoge gras rondkropen.
Bij een van de officiële uitrzichtpunten ontmoetten wij Knabbel en Babbel, de welbekende plaaggeesten van Donald Duck. Ze hadden ook nog familieleden meegenomen. Dit keer hadden zij geen behoefte aan nootjes, witbrood was goed genoeg. Ze haalden het zelfs bij de meiden uit handen. Nadat de knabbelaars hun buikjes rond hadden gegeten, besloten wij maar verder te reizen.
De rit verliep lange tijd als in  een achtbaan: hoog klimmen, snel dalen, veel bochten, remmen en gas geven. Het enige dat ontbrak was de looping. Bijna aan het eind van die achtbaan troffen we de bekende zeeolifanten aan. Ze lagen er lekker lui te wezen aan het strand. Geen enkel dier trok zich ook maar iets  van al die starende, film- en foto's makende mensen aan.
Na die duizelingwekkende tocht waren we allemaal blij dat het daarna op de highway 101 een stuk rustiger werd. Bijkomend voordeel was dat het een stuk sneller vooruit ging. Op het einde van de rit zou de harde wind nog bijna  roet in het eten gaan gooien. Er waaide een stevige wind vanuit de bergen richting zee. Deze stond dwars op de rijrichting waardoor het toch een stuk moeilijker werd om het bakbeest van El Monte te besturen.
We waren allemaal blij dat we na een tocht van bijna 11 uur eindelijk een campground in Santa Barbara hadden gevonden . De camper werd geplaatst een aangehaakt aan stroom en water; nu was het tijd om nog wat te eten. Het werd een snelle pizza van Little Ceasar's.
Weer in de camper werd de prijs van de lange rit betaald. Ieder was doodop en licht aangebrand. Tot overmaat van ramp begon ook nog eens het propaanalarm zonder aanleiding te storen. Na vakkundige behandeling door een oud procesoperator was ook dat probleem opgelost.
Eindelijk naar bed.

donderdag 3 juni 2010

That city by the bay

Een redelijke tot goede nachtrust was de mening van ons allen bij het ontbijt. Hoewel dichtbij het vliegveld, en ondanks de nachtelijke vluchten hadden we geen last van geluidsoverlast. De een of ander is nog wel wakker geweest tussendoor; de een bleef dan ook wat langer wakker dan de ander. Toch hadden allen er een tevreden gevoel over.
Om half zeven echter werden we opgeschrikt door de telefoon. De receptie! De pendeldienst van El Monte stond aan de balie om ons mee te nemen naar het verhuurbedrijf. Daar waren we helemaal niet op berekend. Wij hadden begrepen dat we zelf vóór tienen contact moesten opnemen. Dus laten weten dat we in ieder geval nog wilden ontbijten en dan zouden bellen. We hebben ja tijd genoeg!
Tegelijkertijd ging het in de kamer van de dochters er iets anders aan toe. Twee van de drie kwamen met ongeveer het zelfde verhaal over dochter nummer 3. De receptioniste wist waarschijnlijk niet welke van de 2 kamers ze moest bellen voor de shuttle, dus belde ze beide kamers. Op het moment dat bij de dames de telefoon overging moet het ongeveer zo geklonken hebben: 'What the f***, it's 6.30 h! Who is calling this early!'
Omdat iedereen nu toch wakker begon te worden besloten we ook maar op tijd te ontbijten. Hoewel het geen uitgebreid buffet was, waren we allen wel tevreden over het aanbod.
Na het ontbijt El Monte gebeld voor de shuttle-dienst. Helaas hadden zij nog geen tijd: het werd ergens tussen 12 en 13 uur. Tja, jammer, maar we hebben ja tijd genoeg.
Aangezien het nog maar negen uur was, begon het lange wachten. Het vliegverkeer was al weer in volle gang en van onze kamer uit goed te overzien. Tijdens het bestuderen van start en landingen wandelde er plotseling en wasbeer (Rocky Raccoon) over het gras van het hotel. In alle rust, alsof het heel normaal was verdween hij/zij even later in de bosjes.
We besloten samen maar een eind te gaan wandelen. Na het lange zitten van gisteren wel fijn. Automatisch werd er ook veel bijgekletst. Ook is er een nieuwe interesse ontwikkeld: van hoeveel verschillende staten zullen wij nummerborden ontdekken deze dagen.

Gelukkig was de shuttle er klokslag 12 uur. Snel naar het verhuurbedrijf en dan aktie, dachten we. Er zaten ook nog andere mensen in de rammelende gammele bus, mensen waarvan wij dachten dat zij ook on tour gingen.
Na het inladen van alle koffers vertrokken we en al snel reden we op de highway. Alleen reed de bus in een andere richting dan verwacht. Maar er leiden ook meer wegen naar een verhuurbedrijf, dus geen paniek. Hoewel, Jos had gelezen dat El Monte ook nog een adres had in downtown San Francisco. En de bus kwam nu ook akelig dicht in de buurt van het centrum. De beoogde chauffeur werd nu toch wel wat zenuwachtig. Na alle uitlatingen van de afgelopen tijd dat het allemaal wel mee zou vallen: brede wegen, recht toe recht aan, alleen maar sturen en gas geven: no problem. Maar starten midden in het centrum?!?
Uiteindelijk allemaal vals alarm. De medepassagiers waren op het einde van hun reis en werden teruggebracht naar hun hotels. Voordeel was dat we op deze manier al best wat van de stad hadden gezien.
Na het officiële gedeelte bij El Monte ging de reis dan nu toch eindelijk beginnen. Eerst maar een klein stukje: naar Wallmart. Boodschappen voor de eerste dagen en andere noodzakelijke dingen zoals harde schijven, filmtapes en dergelijke.
Dit kleine stukje was spannend voor iedereen, want het is toch wel een enorm bakbeest van dik 9 meter. En dat zonder enige ervaring überhaupt op dit gebied.
De spanning verdween langzaam maar zeker op de tocht naar de eerste campground: Marin Park ten noorden van de Golden Gate bridge.Onderweg ook al onze eerste file op de highway meegemaakt. Het 'keep your lane' - principe wordt niet echt strikt toegepast, want ook hier vliegen auto's van baan naar baan. Weinig verschil met Nederland of Duitsland. Ook al de eerste middelvinger als begroeting, of misprijzing, van een mede weggebruiker. Maar ach: we hebben vakantie.
Marin Park is okay. Goed bereikbaar, want TT-Truus heeft ons goed de weg gewezen. De overnachting hadden we vorige week al per fax geboekt. Onbekend met het kampeerfenomeen in Amerika wilden we toch op zeker gaan.
Na het settelen wilden we nog een bezoek brengen aan de stad. Volgens de beheerder was dit het snelst te bereiken met de ferry. Een tocht van ongeveer 40 minuten, maar met uitzicht op o.a. San Quentin en de Golden Gate bridge. Het uitzicht op de gevangenis was prima, maar die brug! Spoorloos in de mist!
Van de stad hebben we niet al te veel meer gezien. Wel hebben we er heerlijk gegeten in een vegetarisch chinees restaurant. Tip van Lisanne: zij was er al eerder geweest. Absoluut heerlijk! Na het eten nog een korte wandeling door Chinatown. Helaas moesten we om half tien al weer terug met de ferry, dus geen tijd meer voor andere dingen.
In de camper nog wat gedronken met elkaar, terwijl er ondertussen gekletst en uitgepakt en gecomputerd werd. Al met al weer een enerverende dag. Gigantisch veel indrukken: erg vermoeiend, maar ook vermakelijk en soms indrukwekkend.
Terwijl dit door 1 reiziger gedocumenteerd wordt, ligt de rest van het gezelschap al in een diepe coma slaap.

dinsdag 1 juni 2010

Het gezin: compleet

Dinsdagavond 18.45 uur plaatselijke tijd landde de UA915 op San Francisco International Airport. Wat onwennig en wezenloos gingen we op zoek naar de bagageafdeling. De borden waren echter duidelijk en zonder problemen liepen we in de goede richting.
Onder aan de roltrap wachtte ons een grote verrassing! We werden daar al overvallen / verwelkomt door Lisanne. Heftig! Na tien maanden onze dochter weer te kunnen omarmen. Er zijn behoorlijk wat traantjes gevloeid op dat moment.
Niet zo heel veel later voelde het al weer vertrouwd, met als groot verschil: Lisanne nam meer de leiding. 



Na enig wachten op de hoteltransfer konden we toch vrij snel inchecken. Lekker bijgekletst onder het genot van koffie, fris en a large beer en nu eindelijk naar bed. Morgen wacht een mooie dag (en een grote camper).

If you are going to San Francisco

De wekkerradio meldt zich: het is half zes ’s ochtends en het is moeilijk wakker worden. Vandaag is het eindelijk zover: de reis naar Amerika staat op het punt te beginnen.
Zonder al te veel moeite komt iedereen uit bed. Dat gaat normaal een stuk moeilijker. Het vooruitzicht van een mooie vakantie in combinatie met het weerzien van Lisanne verricht wonderen.
Voor Tessa is ook eindelijk de tijd gekomen om zich op de vakantie te richten. Eindelijk zijn haar examens achter de rug en kan ze ‘zorgeloos’ genieten. Tot 17 juni: de dag van de uitslag. Maar dat komt allemaal later. Na het examen Frans galmde het ‘School’s out for summer’, van Alice Cooper uit haar modieuze Corby.
Om zeven uur trekken we de deur achter ons dicht, op naar Schiphol. Onze kat Swiebertje heeft zich kort daarvoor al uit de voeten gemaakt. Hij zag de bui al dagen hangen: zijn gezin ging weer eens op reis. Om hem helemaal alleen achter te laten.
Het verkeer is zoals al tijden een drama in Nederland. Vanaf Nijkerk tot Diemen is het langzaam tot stilstaand verkeer. Gelukkig hebben we al online ingecheckt en is er niet te veel druk om heel vroeg op de luchthaven te verschijnen.
De auto wordt geparkeerd bij Travel Parking, de reservering is ook al in een eerder stadium geregeld. Onze chauffeur is een vriendelijke oudere heer die ons in no time voor de deur D van vertrekhal 3 aflevert.
Bij check in balie 26 worden onze koffers snel ingenomen. Er is nagenoeg geen wachttijd en de koffers hebben alle 4 een belachelijk laag gewicht. De verste reis ooit, met het minst aan bagage ooit!
Het wachten tot het boarden verloopt probleemloos. Het vliegtuig van United Airlines UA 947 vertrekt op tijd. De eerste etappe tot Washington DC, Dulles International Airport is gestart.

De vlucht verloopt heel soepel. De beslissing om op het laatst economy plus stoelen te reserveren is een hele goeie geweest. De extra ruimte zorgt voor een meer ontspannen reis. De flight crew verzorgt ons goed. Drankjes en voedsel worden met grote regelmaat uitgedeeld. Klein minpuntje van dit deel: de video werkt niet terwijl er juist leuke films op het programma stonden (bijv. Alice in Wonderland: die hadden de meiden ook nog maar 2 keer gezien).
Tussendoor kletsen Ria en ik gezellig wat met onze achterburen. Zij hebben een reis van bijna 4 weken gepland. Ook voor het eerst met een giga grote camper onderweg in het uitgestrekte Amerika.
De reis naar Washington bestaat voornamelijk uit lezen, eten, drinken, onderuithangen in de stoel, beetje dommelen en natuurlijk muziek luisteren op onze nieuwe mp3-spelers.
Zo vliegt de tijd en daarom besluiten we maar eens de I94 en customs declaration formulieren in te vullen. Aangezien iedereen ons heeft gewaarschuwd voor de monsters van de Amerikaanse douane: ‘het formulier moet heel precies ingevuld’, en ‘geen grapjes maken’, kost dit invullen nogal wat moeite. Uiteindelijk had Jos slechts 3 nieuwe I94 formulieren nodig, maar was er wel enige twijfel over de juiste invulling. Met enige stress werd het moment bij Customs afgewacht.
Het hele douaneverhaal bleek zwaar mee te vallen. De douanier was zelfs vriendelijk en geduldig. Heeft het waarschijnlijk toch te maken met de personen die door de douane willen.

Het overstappen via Washington verliep snel en zonder noemenswaardige voorvallen. Er was juist genoeg tijd voor een sanitaire tussenstop en het kopen van wat versnaperingen. Daarna konden we al weer boarden voor de voortzetting van de vlucht met United Airlines UA915.
Dit deel van de tocht nemen we plaats in economy. Toch is ook hier de ruimte nog redelijk te noemen. Ook de crew van UA915 is vriendelijk en voorkomend; en nu werkt het videokanaal wel! Met recente film: die met Morgan Freeman als Mandela.
Ondertussen is het nu 01.10 uur in Nederland en omgeving; wij zweven tussen twee tijdzones is. Al 3 uur onderweg, nog een kleine twee uur en dertig minuten reistijd. En dan……. Wordt vervolgd!